Willie's superverf

(Titelloos, WDC 201, 1957)
Dit verhaal is in Nederland afgedrukt in Donald Duck 38 van 1958, en herdrukt in nr. 52 van de serie Donaldalbums, getiteld: "Donald Duck als drijver", op pagina 47.

Inhoud

"Een van de grootste rampen uit de geschiedenis van Duckstad werd veroorzaakt door een beetje gemorste inkt!"
Zo begint dit verhaal. Het is echter Lampje die de ramp veroorzaakt, zoals zal blijken. Donald heeft een baantje bij het waterleidingbedrijf. Hij moet een bacillendodend poeder in het drinkwaterreservoir gooien. Eén van de neefjes wil een tekening van Oom Donald gaan maken, doch morst hierbij inkt op het tafelkleed.

Willie Wortel heeft een krachtig vlekkenoplosmiddel, en maakt het kleed schoon. Helaas komt er door toedoen van Lampje wat van het middel terecht op een kist verf, bestemd voor de heer Donald Dock, waardoor deze verf bij Donald Duck bezorgd wordt. Donald denkt dat de kist het bacillendodend middel bevat en leegt hem in het drinkwaterreservoir, waardoor er overal in Duckstad rode verf uit de waterleiding spuit.

Zodra Willie Wortel, die inmiddels is gaan vissen, merkt dat zijn verf in het water terecht is gekomen, spoedt hij zich huiswaarts. In opdracht van de burgemeester bedenkt hij een oplossing, die echter net zo erg is als het probleem (hij voegt waterkleurige verf aan het drinkwater toe), waardoor wij hem en de familie Duck tenslotte aantreffen in Timboektoe.

Lampje

Lampje komt in dit verhaal op 32 van de 76 plaatjes voor. Als de neefjes bij Willie Wortel binnenkomen, staat Lampje op een kastje te zwaaien. Vervolgens klimt hij naar beneden en bekijkt hij de kist waarin de verf zich bevindt. Hij gaat op het hoofd van Kwik, Kwek of Kwak zitten (ik kan ze niet uit elkaar houden) en daarna weer op de kist. Terwijl Willie in de deuropening staat te kijken of er al iemand aankomt om de kist met verf op te halen, drukt Lampje op de spuit waarin zich de vlekkenoplosser bevindt. Hierdoor wordt de RAMP veroorzaakt. Als hij later weer op het kastje staat, drukt hij nogmaals op de spuit, waardoor het overhemd van de kruier ontvlekt wordt.

Willie besluit te gaan vissen en Lampje gaat mee. Als Willie een hapje gaat eten, sluit Lampje zichzelf aan op een batterij die hij in zijn lunchtrommeltje heeft. Als Willie beet heeft, heeft Lampje ook beet. Hij vangt een kreeft, die hem prompt bijt, en Lampje klimt in een boom. Wanneer Willie constateert dat zijn verf in het water terechtgekomen is, zit Lampje op zijn rug en hij laat zich door Willie meesleuren wanneer deze zich naar zijn eenwieler met raketaandrijving spoedt. Lampje rijdt op zijn eigen exemplaar achter Willie aan (met zijn hoofd in Willie's uitlaatgassen) naar huis. Trots staat hij naast Willie de opdracht van de burgemeester in ontvangst tenemen. Willie slaat zichzelf met een hamer op het hoofd om op een goed idee te komen en Lampje imiteert hem. Dit kost hem zijn hoofd. Uit een rijtje lampen kiest hij zelf een vervangend exemplaar (net als in BRAIN-STRAIN), en wel een lamp die zo groot is dat hij zich met behulp van krukken moet voortbewegen.

Tenslotte zit Lampje in Timboektoe met de neefjes te knikkeren, en lijkt hij op het laatste plaatje van het verhaal te juichen, vermoedelijk omdat hij gewonnen heeft.

lampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampjelampje
lampje

Analyse

Lampje heeft het in dit verhaal redelijk druk, zoals we gezien hebben. Hij is zeer geïnteresseerd in het vlekkenoplosmiddel, en het is deze nieuwsgierigheid die de ramp veroorzaakt. Zoals zo vaak imiteert Lampje zijn grote vriend, en in dit geval gaat het mis, net als in WILLIE'SBUIGZAME HUIS. Ook nu laat het Lampje volkomen koud, en andermaal blijkt Onze Held niet gebukt te gaan onder schuldbesef. Lampje leeft duidelijk bij het moment, en doet wat hij wil, wanneer hij dat wil. Een belangrijke drijfveer is zijn neiging tot imitatie, maar dat is niet de enige. Een andere is zijn nieuwsgierigheid, en een derde is zijn gespannen verhouding met de natuur, vooral wanneer die natuur uit kleine beestjes bestaat. In sommige verhalen lijkt Lampje de natuur te kunnen temmen, en dat ook te willen, in dit verhaal echter verliest hij van een kreeftje.

Lampje werkt zich geheel onopgemerkt (behalve door het kreeftje) door dit verhaal heen. We kunnen ons dan ook afvragen of de neefjes überhaupt weten dat hij meedoet met knikkeren, en zo ja, of hij inderdaad gewonnen heeft. Zo neen, dan is het spelletje knikkeren niets anders dan een situatie waarin de wereld van Lampje toevallig parallel loopt met de wereld om hem heen.

In dit verhaal kunnen wij ons overigens afvragen of Lampje last heeft van grootheidswaanzin. Immers, als Willie de opdracht krijgt het probleem op te lossen, staat Lampje er nog trotser bij dan Willie zelf, alsof niet Willie, maar hij de zaak tot een goed einde gaat brengen. Als hij zijn eigen schedel heeft ingeslagen, kiest hij ter vervanging de grootste lampdie hij kan vinden. Grootheidswaanzin? Of domheid? Of is dat hetzelfde?

Een belangrijke vraag is hier (net als in BRAIN-STRAIN): Waar zit Lampje's verstand?
Waarschijnlijk niet in zijn hoofd, aangezien hij zelf in staat is zijn eigen hoofd te vervangen. Als zijn verstand in zijn hoofd zou zitten, zou hij tijdens deze procedure de kluts kwijtraken en niet meer in staat zijn de handelingen tot een goed einde te brengen.

Een andere vraag is, op welk voltage Lampje door het leven gaat. In dit verhaal lijkt het erop dat hij zijn energie bijvult uit een redelijk grote batterij, maar hoe lang hij hiervoor nodig heeft, en hoeveel energie hij aan de batterij onttrekt, wordt niet duidelijk.



25-10-2006 13.23 | Door: Arnold Kuijk

Reacties

Het reactieveld bij dit onderwerp is gesloten. Mocht u nog iets aan de discussie toe te voegen hebben, dan kunt u reageren via reacties@opinieleiders.nl of op het Opinieleidersforum.



Opinieleiders.nl © 1999 - 2017 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere