Oei, nu zijn de rapen zeker gaar

Vorige week berichtten wij: ‘Yvonne van Hertum constateert onzinnige lasterpraatjes‘. Daarin beschreven wij hoe mevrouw van Hertum min of meer uit het niets opnieuw begonnen was onze doctorandus lastig te vallen. Later heeft onze De Grote Vrager hieraan ook aandacht besteed in ‘Tsja, wat moet je dan?‘, dat hij besloot met:

Wij weten niet of onze doctorandus sinds gisteravond nog meer rare iemeeltjes van mevrouw van Hertum gehad heeft, maar mocht er iets nieuws te melden zijn, dan merken we dat wel. En als wij het merken, merkt u het natuurlijk ook, daar de dienstdoende redacteur of zelfs onze doctorandus zelf het dan op internet plettert, zoals u dat van ons gewoon bent.

Welnu, onze doctorandus blijkt inderdaad nog een paar rare iemeeltjes van mevrouw van Hertum te hebben ontvangen, waarvan hij er nog een paar beantwoord heeft ook. Wat moet die man een ijzeren geduld hebben. Het laatste meeltje dat hij haar gezonden heeft, luidde:

Volgens mij ben ik vrij duidelijk geweest.

Gezien het feit dat uw standpunt schijnt te zijn dat u een algemene opdracht kunt geven, waaraan ik dan maar gehoor te geven heb, lijkt verdere correspondentie mij tamelijk zinloos. Mocht u echter van gedachten veranderen en alsnog aan mijn verzoek voldoen om aan te geven waaraan u nu precies aanstoot neemt, dan hoor ik dat graag.

Zojuist heeft hij ons laten weten dat hij wegens bezigheden elders even wat minder aandacht besteed had aan zijn epostbus, met als gevolg dat hij de volgende twee berichtjes van mevrouw van Hertum pas vanavond aandachtig gelezen heeft. Het eerste bericht was van 18 januari, 23.26 uur en behelsde de mededeling dat mevrouw van Hertum een advocaat had in Utrecht. Zij stelde voor dat die advocaat onze doctorandus schriftelijk zou uitnodigen voor een gesprek op het Utrechtse advocatenkantoor, “waarbij u dan volledig zal worden geïnformeerd hetgeen als onrechtmatig wordt gezien”, zoals zij het formuleerde. Aan de hand van dit gesprek zou onze doctorandus dan zijn “beloftes tot verwijdering / aanpassing / rectificaties” kunnen “waarmaken”.

Kennelijk was het mevrouw van Hertum ontgaan dat zij nog even moest aangeven wat er dan wel verwijderd, aangepast of gerectificeerd zou moeten worden. Zij schreef nog wel dat ze de volgende dag een gesprek zou hebben op het advocatenkantoor en het derhalve op prijs zou stellen als onze doctorandus voordien antwoord zou willen geven op haar voorstel.

“Als ik het eerder had gelezen, had ik het ook niet beantwoord”, aldus onze doctorandus: “Dit valt gewoon onder de zinloze verdere communicatie, als u begrijpt wat ik bedoel”. Wij moesten hartelijk lachen om “waarbij u dan volledig zal worden geïnformeerd hetgeen als onrechtmatig wordt gezien”. Wij kunnen ons niet voorstellen dat mevrouw van Hertum werkelijk wilde zeggen wat daar staat, namelijk dat onze doctorandus een onrechtmatige daad zou hebben begaan door zich verder te laten informeren.

Het tweede meeltje was van 19 januari, 11.18 uur en daarin stelde mevrouw van Hertum dat zij onze doctorandus de vorige dag verzocht had te laten weten of hij heil zag “in een soort van mediation” of dat hij de voorkeur gaf aan een gang naar de rechter. Mevrouw van Hertum constateerde, geheel correct, dat onze doctorandus niets van zich had laten horen terwijl zij die middag tijdens het overleg met het advocatenkantoor iets had willen inbrengen. Wat zij precies had willen inbrengen was niet helemaal duidelijk, maar vermoedelijk doelde zij op het antwoord van onze doctorandus. Wij denken namelijk dat het inbrengen hier figuurlijk bedoeld is, al was het maar omdat wij niet zouden weten wat je anders tijdens een overleg met een advocatenkantoor zou kunnen gaan zitten inbrengen zonder dat er een enigszins gênante situatie ontstaat.

Mevrouw van Hertum vroeg ook nog of zij ervan mocht uitgaan dat het stilzwijgen van onze doctorandus betekende dat hij liever zou worden gedagvaard. “Natuurlijk niet”, aldus onze doctorandus. “Maar ik heb mijn best gedaan en ik blijf niet aan de gang. Als ze gewoon blijft weigeren om aan te geven waar ze nou eigenlijk aanstoot aan neemt, kan ik niets voor haar doen, zo simpel ligt het.”

In dat licht komt de laatste zin van het laatste meeltje een beetje raar over. Mevrouw van Hertum zegt daarin namelijk dat ze “zonder tegenbericht ter zake uwerzijds” veronderstelt dat onze doctorandus “de gerechtelijke confrontatie zoekt” en dat zij haar best gedaan heeft “dit in de minne te proberen te schikken”. “Dat is een gotspe van het zuiverste water”, zegt onze doctorandus hierover: “Of ze het nou zelf gelooft of niet, ze draait de zaken aantoonbaar om. Feit blijft dat ik tegen de klippen op redelijk ben gebleven en dat ik haar nog steeds de gelegenheid bied om aan te geven welke passages uit welke stukjes volgens haar niet deugen. Dat ze van die gelegenheid geen gebruik wil maken, is haar zaak. Maar goed, nu ik niet geantwoord heb, zal die dagvaarding binnenkort wel in de bus vallen. Zonde van iedereen zijn tijd, zoiets. Nou ja, we zien wel.”

25-01-2010 23.23 | Door: Cpt. Iglo | Categorie: Juridisch, Loggers gelogd, Yvonne van Hertum

Er heeft iemand gereageerd op “Oei, nu zijn de rapen zeker gaar”

  1. Ruud Harmsen says:

    Goed zo. Niet wijken voor vaag geklets.

    Alleen wat concreet en duidelijk is telt. Dat vinden rechters gelukkig ook.

    En advocaten, maar ja, als iemand tegen uurtarief op hun kantoor een middagje vaag wil komen doen, vinden ze dat waarschijnlijk niet zo erg.


Opinieleiders.nl © 1999 - 2021 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere
WordPress 4.7.21 RSS-feed/RSS-feed reacties